| Instellingen van de DC-Car decoders |
| Geschreven door Jan Heimensen |
| zaterdag, 07 februari 2009 20:29 |
|
Instellingen van de DC-Car decoders:De DC04 decoder kent een groot aantal parameters die d.m.v. CV's instelbaar zijn. Hierbij moet u denken aan o.a.:
• Adressering • Maximale/minimale snelheid • Rijstanden/snelheid tabel • Knipperfrequentie van richtingaanwijzers, zwaailichten en flitsers • Rem en optrek mogelijkheden van het anti botsing systeem • Continue verlichting • Automatische functies • Voertuigtype • Polariteit van de lichtuitgangen • enz.
De nieuwste nederlandstalige CV lijst kunt u hier downloaden. Voor het programmeren van de CV´s kunnen alleen digitale centrales gebruikt worden die over een hoofdspoor programmeer modus beschikken. De DC-Car decoders kunnen niet d.m.v. het programmeer spoor geprogrammeerd worden.
De volgende centrales zijn getest: • Intellibox (Hoofdspoor programmering beschikbaar) • Lenz (Hoofdspoor programmering beschikbaar) • PIKO Digi1 (Geen programmering mogelijk) • ROCO Lokmuis (Geen programmering mogelijk) • TAMS EasyControl (Hoofdspoor programmering beschikbaar) • Zimo
Een gedeelte van de CV lijst treft u hieronder met de uitleg waar wat voor dient en hoe e.e.a. ingesteld kan worden. Deze lijst is nog niet volledig, ik hoop in de nabije toekomst deze lijst verder uit te werken zodat deze als naslagwerk en gebruiksaanwijzing te gebruiken is.
1 Programmeerbare adres van 1 tot 9999 (CV 1, 3, 15, 16, 17, 18 en CV 29)1.1 Het eerste korte of lange adres programmerenIedere auto is apart aan te sturen via DCC commando’s die bijvoorbeeld door een Intellibox of een andere DCC centrale, worden gegenereerd. Net als bij de DCC treinbesturing, krijgt iedere auto zijn eigen adres. Dit kan een zgn. kort adres zijn (1 - 127), maar mag ook lang zijn (128 - 9999). De keuze voor kort of lang wordt opgegeven in CV 29. Een waarde 0 maakt de keuze voor korte adres d.m.v. CV 1. Bij een waarde 32 is de keuze gemaakt voor lange adressen d.m.v. CV 17 en CV 18. Randvoorwaarde: de waarde in CV 1 mag niet gelijk zijn aan die van CV 3 Daarnaast is er nog een mogelijkheid om een tweede kort adres CV 3 (1 – 127) en een tweede lang adres CV 15 en CV 16 (128 – 9999) te kunnen programmeren en gebruiken. Randvoorwaarde: de waarde in CV 3 mag niet gelijk zijn aan die van CV 1
Bij het programmeren van adressen zijn er de volgende mogelijkheden: Nieuw kort adres, wanneer er tot nu toe gebruik is gemaakt van een kort adres: Lok adres = Actuele korte decoder adres (1-127) CV = 1 Waarde = Nieuwe korte adres 1-127 Nieuwe lang adres, wanneer er tot nu toe een kort adres werd gebruikt: Lok adres = Actuele korte decoder adres (1 - 127) CV = 17 Waarde = Nieuwe lange adres hoge deel Lok adres = Actuele korte decoder adres (1 - 127) CV = 18 Waarde = Nieuwe lange adres lage deel Lok adres = Actuele korte decoder adres (1 - 127) CV = 29 Waarde = 32 Nieuw kort adres, wanneer er tot nu toe een lang adres werd gebruikt: Lok adres = Actuele lange decoder adres (128 – 9999) CV = 1 Waarde = Nieuwe korte adres 1-127 Lok adres = Actuele lange decoder adres (128 – 9999) CV = 29 Waarde = 0 Nieuw lang adres, wanneer er tot nu toe een lang adres werd gebruikt: In dit geval moet de decoder eerst op een beschikbaar kort adres worden ingesteld,daar hij anders mogelijk niet meer geprogrammeerd kan worden! Eerst op een kort adres instellen (voorbeeld = adres 1): Lok adres = Actuele lange decoder adres (128 – 9999) CV = 1 Waarde = 1 Lok adres = Actuele lange decoder adres (128 – 9999) CV = 29 Waarde = 0 Nu kan het nieuwe lange adres geprogrammeerd worden: Lok adres = Actuele korte decoder Adres (1 - 127) CV = 17 Waarde = Nieuwe lange adres hoge deel Lok adres = Actuele korte decoder adres (1 - 127) CV = 18 Waarde = Neuwe lange adres lage deel Lok adres = Actuele korte decoder adres (1 - 127) CV = 29 Waarde = 32 Note:Veel Digitale centrales hebben een speciale voorziening om lange adressen te programmeren. Berekening van de waardes voor CV17 en CV18: De lange adressen lopen van 128 – 9999. Als een adres groter is dan 127 en kleiner dan 256, dan wordt CV17 op "0" en CV 18 op het desbetreffende adres geprogrammeerd. Is het adres groter dan 255 dan moet de volgende berekening voor de waardes van CV 17 en CV 18 gedaan worden: Deel het adres door 256. De waarde van het hele getal komt in CV17. Dan wordt 256 met de waardes in CV17 vermenigvuldigd en de uitkomst van CV17 afgetrokken. De uitkomst komt in CV18. Als voorbeeld de berekening van adres 130: Het adres 130 is kleiner als 256 CV17 = 0 en CV 18 = 130 CV29 = 32 Als voorbeeld de berekening van adres 500: 500 : 256 = 1,95... Het deel achter de komma wordt niet gebruikt 256 X 1 = 256 500 – 256 = 244 CV17 = 1 en CV 18 = 244 1.2 Het tweede korte of lange adres programmerenWordt in de toekomst mogelijk 2 Programmeerbare aanvangssnelheid (CV2)
Omdat de auto’s verschillende constructies hebben en er een scala van motoren mogelijk is, zal er onderling verschillend rijgedrag zijn. Om een mooi rijgedrag te krijgen kunnen daarom via CV’s de rijeigenschappen aangepast en op elkaar afgestemd worden. Één van die verschillen is het moment waarop en auto in beweging komt. Met CV 2 kan hier een waarde worden ingesteld om bij rijstand 1 de auto in beweging te laten komen. Rijstand 28 (de maximale snelheid) blijft hierbij onveranderd, alle tussenliggende rijstanden worden echter automatisch opnieuw berekend zodat de snelheidverandering bij iedere rijstand min of meer constant blijft. Fabrieksmatig is CV 2 ingesteld op 45, het bereik loopt van 3 tot 152. Randvoorwaarde: de waarde moet minstens 28 minder zijn dan die van CV 5 3 Programmeerbare maximum snelheid (CV 5)Naast de aanvangssnelheid is ook de maximum snelheid te programmeren. Dit is dus de snelheid bij rijstand 28 en wordt opgegeven bij CV 5. Rijstand 1 (de aanvangs snelheid) blijft hierbij onveranderd, alle tussenliggende rijstanden worden echter automatisch opnieuw berekend zodat de snelheidverandering bij iedere rijstand min of meer constant blijft. Fabrieksmatig is CV 5 ingesteld op 180, het bereik van 31 tot 180. Randvoorwaarde: de waarde moet minstens 28 hoger zijn dan die van CV 5 4 Programmeerbare snelheids curve (CV 70 – CV 97)De decoder werkt met 28 rijstanden. In de CV 70 –CV 97 kan voor iedere rijstand een gewenste snelheid geprogrammeerd worden. Op deze manier kan dus een snelheidscurve voor de auto vastgelegd worden. In CV 70 wordt de snelheid voor rijstand 28 ingevuld worden. In de volgende CV de snelheid voor rijstand 27, enz.. 5 Mogelijkheid voor het aansturen van 2 servo’s (CV 11 – CV 14)Wordt in de toekomst mogelijk 6 Ondersteuning van InfraCar functies (CV 19)
De decoders ondersteunen ook het InfraCar stysteem. Met CV 19 kunt u de eigenschappen van de F4 functie instellen. De waarde 0 zorgt ervoor dat F4 in Infracar modus licht 2 schakelt. De waarde 1 activeert en deactiveert, voor F4 in Infracar modus, de reedschakelaar. 7 Functie uitgangen voor o.a. zwaailicht, flitsers, mistachterlicht, enz.,enz. (CV 24, CV 20)Bij de decoders voor treinen is F0 bestemd voor de verlichting. Bij de DC04 decoder is dit ook het geval. F0 schakelt de verlichting voor en achter. Daarnaast voeren de verschillende voertuigen zoals hulpdiensten, vrachtauto’s, bussen, enz. speciale verlichting. Om een zo realistisch mogelijk weergave van de werkelijkheid te krijgen is er voorzien in een groot aantal besturings mogelijkheden voor zwaailichten, flitser, zwellichten, enz. 7.1 Verlichting algemeen:Welke lampen aan moeten zijn na het aanzetten van het voertuig stelt u in middels CV 24.De volgende waardes zijn mogelijk: 0 = Geen verlichting, 1 = Linker knipperlicht altijd aan 2 = Rechter knipperlicht altijd aan 3 = Waarschuwingsverlichting aan 4 = Licht 2 altijd aan 8 = Licht 3 altijd aan (afhankelijk van CV20) 16 = Licht 4 altijd aan (afhankelijk van CV20) 32 = Zwaailichten altijd aan 64 = Voorste flitsers altijd aan 128 = Verlichting altijd aan 7.2 Multi Functionele uitgangen:Met CV 20 regelt u de toekenning van de functie toetsen voor het sturen van de Multi Functionele uitgangen MF1 en MF2 voor gebruik met blauwe zwaailampen. De waardes in CV 20 hebben de volgende functies: 0 = MF1 wordt als licht 3 gebruikt MF2 wordt als licht 4 gebruikt Licht 4 wordt tegelijk met licht 3 geschakeld 1 = MF1 word als licht 3 gebruikt MF2 wordt als Servo uitgang 1 gebruikt 2 = MF1 wordt als Servo uitgang 2 gebruikt MF2 wordt als Servo uitgang 1 gebruikt 3 = MF1 wordt als Servo uitgang 2 gebruikt MF2 wordt als Servo uitgang 1 gebruikt 4 = Aanhanger aanwezig 8 = Gereserveerd 16 = Licht 4 als zwellicht (wordt alleen gelijktijdig met de voorste flitser geschakeld) 32 = De tijdseenheden in CV33, CV35, CV37 en CV138 of CV126, CV129, CV132 en CV135 worden niet gebruikt. De tijdseenheden worden random bepaald 64 = Gereserveerd 128 = Gereserveerd Timing voor de zwaailicht: Het is mogelijk om de zwaaifrequenties van de zwaailichten te wijzigen. Met deze instelling bent u dus instaat om realistische weergave van meerdere zwaailichten te gelijk te verwezenlijken, in werkelijkheid draaien de zwaailicht immers ook niet allemaal precies gelijk. Het instellen gaat als volgt: Met CV 34 kunt u de tijd instellen dat zwaailicht 1 aan is. Deze waarde mag tussen 1 – 254 liggen. Een waarde 0 zet het zwaailicht uit terwijl een waarde 255 het zwaailicht continue aanschakelt. De lichten kunnen tevens via de functietoetsen op de Digitale centrale of de functiebouwstenen in- of uitgeschakeld worden. Daardoor houdt u de extra licht uitgangen vrij voor speciale verlichting zoals schijnwerpers enz. Met CV 35 bepaald u de tijd dat zwaailicht 1 uit is. Deze waarde mag tussen 1 – 254 liggen Let op CV 34 en CV 35 mogen niet dezelfde waarde hebben! Voor de zwaailichten 2 gebruikt u CV 36, CV 37. Het instellen van de waardes is gelijk aan die voor zwaailicht 1 Let op CV 36 en CV 37 mogen niet dezelfde waarde hebben! Voor de zwaailichten 3 gebruikt u CV 32, CV 33. Het instellen van de waardes is gelijk aan die voor zwaailicht 1 Let op CV 32 en CV 33 mogen niet dezelfde waarde hebben! Timing voor de flitsers: Het is ook mogelijk om de flitsfrequenties van de flitsers te wijzigen. Met deze instelling bent u dus instaat om realistische weergave van meerdere flitsers te gelijk te verwezenlijken, in werkelijkheid flitsen deze immers ook niet allemaal precies gelijk. Het instellen gaat als volgt: Met CV 38 kunt u de tijd instellen dat de voorste flitser aan is. Deze waarde mag tussen 1 – 254 liggen. Een waarde 255 laat de flitser continue branden. Met CV 39 bepaald u de tijd dat de flitser uit is. Deze waarde mag tussen 1 – 254 liggen. De lichten kunnen tevens via de functietoetsen op de Digitale centrale of de functiebouwstenen in- of uitgeschakeld worden. Daardoor houdt u de extra licht uitgangen vrij voor speciale verlichting zoals schijnwerpers enz. CV38, CV39, CV40 en CV41 mogen niet dezelfde waarden hebben! Voor de 2e flitser gebruikt u CV 40, CV 41. Het instellen van de waardes is gelijk aan die voor flitser 1. CV38, CV39, CV40 en CV41 mogen niet dezelfde waarden hebben! 7.3 Richtingaanwijzers:Er is zelfs voorzien in een instelmogelijkheid voor de knipperfrequentie van de richtingaanwijzers en dat dan ook nog gescheiden voor links en rechts. Ook kan de richtingaanwijzer permanent aan zijn om een defecte clignoteur te simuleren. Voor de linker richtingaanwijzer worden de instelling gemaakt in CV 30. CV 31 wordt gebruikt voor de rechter richtingaanwijzer. De waardes mogen van 1 tot 254 gekozen worden. Een waarde 0 laat de richtingaanwijzer permanent aan. 8 Automatisch inschakelbare verlichting (CV 42, CV 43, CV 44 en CV 45)Er is voorzien in een optie om een lichtsensor aan te sluiten. Hiermee wordt het mogelijk om de hoofdverlichting automatisch aan en uit te laten gaan afhankelijk van het omgevingslicht. Om een realistische weergave van de werkelijkheid te krijgen is het moment van aan dan wel uitschakelen ook programmeerbaar gemaakt. Dit gaat als volgt Met CV 42 en CV 43 wordt bepaald wanneer het licht uit gaat. De formule hiervoor is (CV 42*256) * CV 43. Met CV 44 en CV 45 wordt bepaald wanneer het licht aan gaat. De formule hiervoor is (CV 44*256) * CV 45. 9 Anti Botsing Systeem d.m.v. infrarood afstandmeting
Er is een fundamenteel verschil tussen verkeer op de weg en verkeer op de rails. Wordt er bij railverkeer gebruik gemaakt van een bloksysteem om te voorkomen dat treinen botsen, bij het wegverkeer wordt dit door de bestuurders onderling geregeld, althans meestal. Het bloksysteem voor treinen laat zich relatief eenvoudig in model nabootsen. Voor een realistisch wegverkeer was er ,tot de komst van DCCAR systeem geen mooie oplossing. We zien dan ook dat FCS auto´s vaak in een bloksysteem rijden. Op zich best acceptabel mits de blokken niet te lang zijn. Maar echt realistisch is deze manier van verkeer in model niet. Maar zoals reeds gezegd met het DCCar systeem is hierin een grote stap voorwaarts gemaakt. Het DCCar systeem voorziet in een infrarood afstandsmeting. Hierbij wordt door iedere auto voor uit gekeken of er een voorganger is terwijl gelijktijdig naar achteren een infrarood signaal wordt uit gestuurd waarin versleuteld is was de snelheid van de auto is. Komt er een voorganger in beeld dan zal de DCCar decoder dit detecteren en de snelheid van zij voorganger lezen. Hierna zal de auto automatisch afremmen waarbij de remlichten op lichten. Tevens wordt de snelheid afgestemd op die van zijn voorganger. Met het DCCar systeem is het dus mogelijk om echt file te rijden en dat allemaal zonder gebruik te maken van een PC met software. Stopt de eerste auto voor bijv. een spoorwegboom dan zal alles wat volgt netjes aansluiten. Bij het openen van de bomen zullen de auto´s weer realistisch na elkaar optrekken.
Door de infrarood ontvangers aan de voorzijde van de auto´s is het echter ook mogelijk om commando´s naar de auto´s te sturen zodat ze van buiten af aanstuurbaar zijn. Dit kan op verschillende manieren gedaan worden. 1. Via korte afstand infrarood Led´s Deze LEDs hebben een bereik van ongeveer 20 cm., zijn in een groot aantal afmetingen leverbaar en laten zich heel makkelijk in scenery langs de kant van de weg wegwerken. Deze LEDs kunnen op verschillende manieren worden aangestuurd a. Functiebouwstenen die de commando´s generen b. Digitale DCC centrales zoals bijv. de Intellibox
2. Lange afstand infrarood zenders. Hiermee kan een afstand van 5 meter overbrugt worden (vergelijkbaar met de afstandsbediening van een TV). Voor deze manier is de optioneel verkrijgbare IR ontvanger nodig welke ingebouwd moet worden in de auto. Er zijn momenteel twee type zenders leverbaar a. De DCC Booster. Hierbij worden het DCC signaal uit bijv. een Intellibox omgezet in een hoogfrequent signaal. b. PC Booster. Hiermee kan dus direct uit de PC gestuurd worden zonder tussen komst van een DCC centrale.
|
| Laatst aangepast op maandag, 27 april 2009 05:52 |
DC-Car 